JAARVERSLAG
over het jaar 1923
van de afdeeling Amsterdam van den
Nederlandschen Bioscoop-Bond.
dart cte Leden van de Afdeeling Amsterdam,
Door de totstandkoming van de nieuwe Statuten van den Bond
heeft de afdeeling Amsterdam de noodzakelijke rechtspositie ver
kregen, welke zij tot heden organisatorisch miste.
Een en ander maakte het tevens voor ons noodzakelijk ook een
afdèelingsreglement te ontwerpen, hetwelk eveneens tot nu toe
ontbroken heeft.
Vandaar dat het Bestuur in den loop van het afgeloopen jaai
een concept samenstelde, waarmede Uwe vergadering, welke op
19 December gehouden werd, zich unaniem vereeriigde.
Ware het op de bedoelde vergadering aangenomen reglement
thans reeds door het Hoofdbestuur van den Bond goedgekeurd,
dan zou deze jaarvergadering ook vroeger, en wel in overeenstem
ming met het daaromtrent in het nieuwe reglement bepaalde, hebben
plaats gehad.
Aangezien echter bij het Hoofdbestuur het voornemen bestaat,
om eenige wijzigingen in het reglement in overweging te geven,
en dit kan spoedig na de op Maandag 31 Maart a.s. te houden
Bondsvergadering verwacht worden, kon de vereischte bewilliging
nog niet worden verleend, met het gevolg, dat het nieuwe reglement
der afdeeling nog niet in werking kon treden.
Slaan wij nu een terugblik over het afgeloopen jaar, dan mag
worden geconstateerd, dat in vele opzichten gepoogd is, verbetering
te brengen in de hudige situatie van het bioscoopbedrijf, speciaal
die van de Amsterdamsche exploitanten.
Helaas kunnen wij daarbij niet tevens vaststellen, dat al deze
pogingen met succes bekroond werden.
De pogingen, om verlaging van de belasting op de Publieke Ver
makelijkheden te krijgen, mochten in weerwil van de moeite en
zorgen, welke zich, vooral de Bestuursleden, de heeren A. P. du
Mee, A. van Dijk en B. Mendes, daarvoor hebben getroost, niet tot
eenig resultaat leiden.
'.-;:"
-